Publicatie - Korte Samenvatting

terug naar publicatie


Journalistiek in de Tropen. De Indisch- en Indonesisch-Nederlandse pers, 1850-1958

Met Journalistiek in de tropen is de weinig bekende, maar zeer interessante geschiedenis van de Nederlandstalige pers in Nederlands-Indië en in Indonesië voor het voetlicht gehaald. Die geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met de politieke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de voormalige Nederlandse kolonie.

In de tweede helft van de negentiende eeuw zien we toenemende kritiek op de misstanden die het koloniaal systeem met zich meebrengt. Multatuli's Max Havelaar (1860) wordt het ikoon van deze kritiek. De geschreven pers in Nederlands-Indië is het medium bij uitstek om deze te verwoorden en verspreiden. Rond 1900 komen een aantal lijnen samen in de zogenaamde 'ethische politiek', die ook door de regering onderschreven wordt en die door Nederlandstalige Indische kranten gepropageerd wordt. Een voorbeeld van zo'n 'ethische' krant is De Locomotief.

Ook rond 1900 komen de eerste emancipatiebewegingen op; Indo-europeanen en diverse groepen Indonesiërs organiseren zich en laten van zich horen, ook via hun eigen persorganen. De 'nationalistische' beweging krijgt haar beslag in de jaren tien en twintig. Het Nederlands gouvernement onderdrukt deze rond 1930; er treedt een periode van verrechtsing in. Kranten en tijdschriften ontwikkelen zich in dezelfde richting: mee met de ethische richting, in de bres springend voor de Indo-europese bevolkingsgroep (het Bataviaasch Nieuwsblad voorop) en een rechtse koers varend vanaf eind jaren twintig.

Een aantal journalisten springen eruit: P.A. Daum, Karel Zaalberg, Indo en hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad, Karel Wybrands, Henri Zentgraaff, J.E. Stokvis, Ant.J. Lievegoed en Marcel Koch. Deze generatie is zeer bepalend voor de Nederlandstalige pers in Nederlands-Indië. Ook vrouwen maken deel uit van deze generatie kritische journalisten. Ze schrijven onder andere over huiselijke 'vrouwenzaken', maar ook over politieke, zoals het vrouwenkiesrecht. Hun journalistieke en literaire bijdragen aan kranten en tijdschriften ademen veelal een maatschappelijk geëngageerde geest, waarin opgekomen wordt voor de belangen van Indo-europeanen, van vrouwen en de uitgebuite 'inlanders'.

In de 'rechtse' jaren dertig, waarin ook in Indië de NSB opgang maakt, zijn er ook tegengeluiden. Het voorbeeld hiervan is de groep journalisten en literati, zoals Marcel Koch, E. du Perron, Beb Vuyk en anderen, rondom het tijdschrift Kritiek en Opbouw, dat in 1938 voor het eerst verschijnt.
Voor alle Nederlandstalige kranten en tijdschriften geldt dat ze in maart 1942 monddood worden gemaakt door de Japanse bezetter. Pas in 1945 krabbelen deze periodieken weer op, maar nu in een geheel veranderde samenleving. Het wordt gaandeweg duidelijk dat de Nederlandse pers in de Republik Indonesia een anomalie aan het worden is.